Het Sportgebeuren

Als er tussen twee kwartfinales van de wereldbeker voetbal in, naast de proloog van de Tour de France ook nog ergens een finale Wimbledon geprogrammeerd staat, weet u dat het momenteel drukke dagen zijn voor sportliefhebbers. Geinspireerd door de onvergetelijke laatste aflevering van het Leugenpaleis (ook alweer uit 2005) en de bijzonder fijne bespiegelingen die daarin gemaakt werden omtrent “het Sportgebeuren” meen ik dat ook ik heden niet kan achterblijven, en wens u aldus te trakteren op een grondige analyse van de recente gebeurtenissen op sportief gebied.

vuvuzela

Vooreerst, de Wereldbeker.

Als er u iets zal bijblijven van dit tornooi, dan zullen het wel de vuvuzela’s zijn. Hun monotone en oorverdovende gezoem wordt vergeleken met een op hol geslagen bijenzwerm en tijdens het bekijken en beluisteren van de wedstrijden op tv komt het de argeloze kijker/luisteraar soms voor alsof er een koppel strontvliegen in diens oorschelpen zit opgesloten. Ik geef eerlijk toe, de allereerste wedstrijd die ik hier voor ogen (en oren) kreeg, dacht ik dat er sprake was van een technisch mankement en ik blameerde op nogal voorbarige wijze ESPN (de eerder voetbalonkundige Amerikaanse sportzender). Maar hoe ergerlijk ik ze in het begin ook vond klinken, meer en meer begin ik gehecht te raken aan de vuvuzela’s. Het woord alleen al is prachtig toch, ik kan het blijven zeggen… vuvuzela, vuvuzela. Een niet te onderschatten voordeel van de kabaaltoeters is tevens dat het probleem van de beledigende of racistische spreekkoren in de tribune in één klap is opgelost; om maar te zwijgen van de Duitse dronkemansliederen of het Hollandse zwabbergelal – alle ongewenste klanken worden feilloos overstemd door deze betoverende instrumenten! Ik ga er dan ook eentje op de kop trachten te tikken teneinde mijn Duitse collega’s grondig te kunnen ergeren tijdens hun halve finale.

De ploegen en spelers dan. Na visie van de vier kwartfinales kan ik het volgende optekenen.

Argentinië werd door velen beschouwd als grote favoriet, maar viel finaal door de mand. Het fundamentele probleem bij Argentinië is dat er maar één Lionel Messi rondloopt: briljant, flitsend, nooit emmerend tegen de scheidsrechter, nimmer schwalbes of andere komedies ten beste gevend, continu pure klasse uitgulpend, maar helaas tevens omringd door een half dozijn mekkerende heethoofden en een verdediging die nog losser vasthangt dan het ondergoed van Paris Hilton. Argentinië krijgt bij wijze van troostprijs van mij wel de prijs voor ploeg met meest fantastische trainer.

Wat betreft mekkerende zeurpieten kan ook Brazilië een woordje meespreken. Wat was me dat, dat oneindige gemopper, die verongelijkte pruilsmoelen als de scheidsrechter eens een dubieus foutje tegen floot. Akkoord, moest het om strafschopgevallen gaan, maar doorgaans betrof het triviale lulligheden. Het was bijna mooi om zien hoe zo’n Arjen Robben met stijl de Braziliaanse verdedigers wist te provoceren. Dat Brazilië geen flitsend sambavoetbal meer brengt tot daar aan toe, maar de spelers kunnen op zijn minst proberen laten uitschijnen dat ze geen stelletje overbetaalde parvenus zijn.

Zuidamerikanen die wel kunnen verdedigen liepen er rond bij Paraguay. Spijtig genoeg is er daar blijkbaar wel een gebrek aan spitsen die een degelijke strafschop kunnen nemen. Bijna stunten betekent niet stunten, en dus vrees ik dat deze venijnige meesters van het catenaccio snel zullen vergeten worden.

De laatste gebuisden van de kwartfinales waren de elf van Ghana – maar dan slechts op het hartverscheurende nippertje. Honderdduizend vuvuzela’s helpen helaas geen penalty in het doel, terwijl een door de Uruguyaan Suarez heruitgevonden ‘mano de Dios’ er wel een bal uit krijgt. Wat mij meteen tot de meest ergerlijke trend van het tornooi brengt: de gewoonte van vele spelers om na het scoren in extase de ogen en armen ten hemel te richten teneinde de Allerhoogste te bedanken voor de goal. Alsof een Opperwezen (mocht het al bestaan) niets beters te doen heeft dan zich met onnozeligheden als voetbalwedstrijden te bemoeien en deze of gene speler al dan niet een steuntje in de rug te geven – te merken aan Paul de helderziende octopus lijkt het eerder alsof het Flying Spaghetti Monster er voor iets tussen kan zitten.

Nederland, Uruguay, Duitsland en Spanje zijn de geslaagden van de klas. Niet altijd door briljant spel, maar wel dankzij een grondige degelijkheid en de nodige dosis geluk. De hamvraag wat mij betreft: is den Duits te pakken? Duitsland is meestal degelijk maar in plaats van een ietwat belegen (zoas in vroegere edities) dit keer ook flitsend en efficient. De éénmansLuftwaffe Klose kan een uniek record breken (all time WK-topscorer) en met een Schweinsteiger die zich ontpopt heeft als Teutoonse Maradona dienen ze geen tegenstander te vrezen. Spanje dan – als ze zichzelf niet in slaap breien met eindeloos getiktak op het middenveld zijn ook zij zeer te duchten; dankzij Villa, Xavi en andere getalenteerde middenvelders met eigenaardige familienamen beschikken ze waarschijnlijk over de beste technische bagage. De Hollanders hebben blijkbaar een dosis goed karma mee, de tegenslagen van vorige wereldbekers konden niet blijven aanhouden; met een goede niet-scorende spits, opdondertjes die kunnen koppen en verdedigers die goed verdedigen hebben ze alles wat hen vroeger ontbrak. Uruguay tenslotte heeft naast een goede organisatie ook de schitterende traptechniek van Diego Forlan als troef. Het wordt afwachten, maar een revanche voor de finale van 1974 zou geen onaardig slotakkoord zijn voor het tornooi.

De Tour de France nu.

Als iemand die erin slaagt met de koersfiets zelfs op het Los Gatos Creek trail (te vergelijken met pakweg het jaagpad langs de Nete) omver te vallen ga ik mij onthouden van commentaar op de veelvuldige crashes en tuimelpertes van de renners dit jaar. Ik ben eigenlijk voornamelijk geinteresseerd in de nieuwste spitstechnologische middeltjes tegen “road rash” (hydraterende verbanden etc) maar helaas, zowat alle commentaren en analyses laten dit onderwerp terzijde. De eerst Tourweek is normaal gezien slaapverwekkend, maar niet zo dit jaar. We hadden een proloog, de doortocht door het Vaderland, een mini-Luik-Bastenaken-Luik, een mini-Parijs-Roubaix… het enige dat ontbrak in het totaalspektakel was het peloton over de Koppenberg zien donderen. Voorlopig hoogtepunt was natuurlijk de doortocht door Wilrijk, de cosmopolitische voorstad van Antwerpen die nu ook over een Hindoe-tempel beschikt:

tdf Wilrijk

In vergelijking met het verwende strandjanetgehalte van vele voetballers zijn wielrenners natuurlijk Echte Mannen; epische massasprints, gruwelijke bergpassen en ultieme tijdritten, daar is het nu verder naar uitkijken.

Tot zover mijn analyse van het Sportgebeuren – filosofische beschouwingen bij de exploten op het gras van Wimbledon zullen helaas voor een andere keer zijn!

2 reacties op “Het Sportgebeuren“

  1. Tom beweert:

    Het is nu al woensdag en ik heb nog geen minuut informatie opgevangen van de Tour. Is hij echt al begonnen?

    Maar het feit dat ze het nodig vonden om Wilrijk te passeren, doet het ergste vrezen.

    O Tempora, O Mores…

  2. elhombre beweert:

    Hebt gij uzelf soms een paar dagen afgezonderd in een niet-tropisch regenwoud?

    De eerste ritten van de Tour waren behoorlijk spektakelrijk. En om u te troosten: ze zijn ook door een aantal u vertrouwde gehuchten gereden, waaronder Edegem.


Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License.
Overname van foto's en teksten toegestaan mits bronvermelding.