De nieuwe idealisten

Nog een nachtje slapen enzovoort.
Na nog eens rustig over de zaken nagedacht te hebben ben ik tot de conclusie gekomen dat mijn voornaamste bezwaar tegen Bush-de-president niet het feit is dat ik mij plaatsvervangend schaam voor zijn al dan niet gespeelde stompzinnigheid, taalonkunde en smoelentrekkerij; niet het doordrukken van diens ultra-conservatieve politieke agenda, niet zijn dubieus buitenlandse beleid, maar wel: het gegeven dat Bush en co volstrekt ongevoelig lijken voor feiten, wetenschappelijke gegevens en data, kortom voor de harde realiteit – Bush betracht integendeel voortdurend de ‘data’ aan te passen aan ideologie, aan zijn roemruchte ‘gut instinct’.
Dit manifesteert zich op velerlei gebieden (zie bijvoorbeeld de open brief van wetenschappers aan Bush, over het manipuleren van het wetenschappelijke onderzoek, de vele getuigenissen van (ex-)adviseurs en medewerkers, het boek van ex-antiterrorisme adviseur Richard Clarke, etc), maar ik ga mij hierbij beperken tot een referentie naar een uitstekende artikel van Larry Lessig; hij bespreekt een recent boek over Paul O’Neill, een ontgoochelde republikeinse ‘top policy maker’, en maakt een interessante juxtapositie van ‘idealisten’ en ‘realisten’. In een zekere perverse zin zijn Bush en co ‘idealisten’ – hun idealen zijn ‘verheven’ boven de werkelijkheid. Is het nu naief geworden te verlangen dat politici zich baseren op feiten en dossierkennis? Het alternatief, recept voor incompetentie, vind ik alvast angstaanjagend (zo ook de Economist).
Lessig stelt voor het ‘idealisme’ te heroveren en noemt zich een ‘nieuwe idealist’: ‘count me in the “idealist” camp. The sort that believes in “reality-based” policy making’.
Ondertussen ben ik dezer dagen het geweldige ‘Lies and the Lying Liars who tell them’ van Al Franken nachttafel-lektuur-gewijs tot mij aan het nemen. Franken doet hier op onnavolgbare manier waar velen zelden toe komen in het publieke debat: luisteren naar de argumenten van de tegenpartij (in zijn geval: news- en talk show hosts van rechtse signatuur alsook de voltallige Bush administration) , hun geschriften lezen en bestuderen, en ze van (ongenadige) repliek dienen. Voor de buitenstaanders: de laatste maanden zijn hier in de US tientallen boeken uitgekomen van politieke commentatoren, columnisten, pundits, politologen and the likes, van beide zijden van het politieke spectrum. Ik ben doorgaans niet zo’n fan van deze schrijfsels omdat ze ofwel nogal saai zijn, ik me er mateloos aan erger, of teveel aan ‘preaching for the converted’ gedaan wordt. Het boek van Franken is in ieder geval fantastisch onderhoudend, geestig (waarom kun je met polemisten van rechtse signatuur zowat nooit lachen?), en er wordt op wetenschappelijke wijze de vloer aangeveegd met tal van onwaarheden – Franken was tijdens het schrijven gastddocent aan Harvard, en had een team van een dozijn studenten ingeschakeld om aan research te doen.
Enfin, morgen zal (hopelijk) duidelijk worden of we Bush, Ashcroft, Rove, Perle, Cheney als ongure (en lelijke!) figuranten uit een boze nachtmerrie kunnen beginnen vergeten, dan wel of we nog een paar jaar hun grijnzende tronies zullen moeten trotseren – in het laatste geval kunnen we ons alvast troosten met het feit dat iemand als Steve Brodner een onuitputtelijke bron van inspiratie gaat blijven houden…


Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License.
Overname van foto's en teksten toegestaan mits bronvermelding.