Debat (1)


Gisteravond dus het eerste ‘debat’ tussen Kerry en Bush. ‘Debat’ tussen aanhalingstekens want beide kandidaten zouden geen conversatie aangaan maar eerder een soort gezamenlijk interview afleggen onderhevig aan allerhande regeltjes.
Als ‘Vlaming in de VS’ voel ik me verplicht een obligate post hierover te plegen; ik ga het niet hebben over de inhoud, daar hebben honderdduizend andere sites het reeds over, maar wel over enige vormelijke aspecten die mij opvielen.

Vooreerst, aangezien iedereen een bias heeft, wil ik voor alle duidelijkheid gaarne de mijne even uit de doeken doen;
‘Dubya the moron’ (of misschien net niet): mijn afkeer voor Bush junior is in de eerste plaats eigenlijk niet eens gebaseerd op politiek-ideologische overwegingen, maar wel van persoonlijke, religieuze en culturele aard: persoonlijk omdat ik een viscerale allergie heb ontwikkeld voor dat nasaal Texaans accent en die woordenschat en taalvaardigheid van een veertienjarige; religieus omdat ik mij als goddeloze heiden heerlijk erger aan zijn neiging om te pas en te onpas de Allerhoogste in te roepen (zo gebeurde ook op het eind van het debat) – om nog te zwijgen over de van irrationaliteit en gezagsargumenten stijfstaande kwezelkliek binnen de GOP die hij vertegenwoordigt; en tenslotte cultureel, omdat het tekort aan intellektuele nieuwsgierigheid en het daaruitvolgend anti-intellektualisme en stuitend gebrek aan elementaire eruditie, belezenheid en bereisdheid van de president mij, laat ons zeggen, enigszins stoort. Er vallen evenwel ook enige positieve kanten aan zijn persoonlijkheid te ontwaren: Bush is een niet onaardig mountainbiker en hij spreidt bijwijlen een gezond gevoel voor zelfspot tentoon.
Kerry dan: ik heb nooit veel moeten weten van diens Vietnam-borstgeroffel; het Stefaan De Clercq rede-talent; de afgeborstelde en enigszins harkerige presence. Voor hem pleiten zijn Ducati-verleden en zijn kite-surf exploten – beide activiteiten vereisen intense focus en concentratie, helderheid van geest, onverstoorbaarheid en beslissingsvaardigheid, eigenschappen die een president wel van pas zouden kunnen komen.

Maar we weiden uit. Het debat!
Beide ‘hopefuls’ hadden hun lesje goed geleerd en zegden het vrijwel foutloos op. Het meest interessant waren de 1 minuut / 30 seconden gedeelten waarbij de kandidaten de mogelijkheid kregen op elkaar in te spelen. Hierbij bleek nog eens dat improvisatie de achilleshiel van Bush is; waarschijnlijk hield zijn legertje tekstschrijvers en adviseurs de adem in, toen er ongemakkelijke stiltes begonnen te kruipen in zijn spreek-beurten en bij momenten bijna in het archetypische Bush-geraaskal vervallen werd (‘it’s hard work’, over Irak, ‘I know this world’,...). De ingestudeerde strategie was nochtans duidelijk: steevast terugvallen op eenvoudige soundbites en statements (Kerry’s ‘inconsistency’); zo wist de president zich meestal wel te redden.
Kerry leek rustig en kalm; straalde zelfvertrouwen uit; de Stefaan de Clercq frazeringen bleven achterwege. Zijn adviseurs hadden hem ongetwijfeld ingepeperd dat hij deze avond in de eerste plaats ‘presidentieel’ moest voorkomen; maar hierdoor ontbrak het in zijn betoog ook aan punch, en kansen om Bush frontaal aan te vallen werden onbenut gelaten (zo viel het woord ‘incompetent’ niet 1 keer; nochtans een begrip dat wat mij betreft redelijk applicabel is voor het Bush-presidentschap). Toegegeven, ook Bush liet mogelijkheden ongebruikt om harder in te hakken op zijn tegenstander, en bleef heel lief voor Kerry.

Al bij al bracht dit debat niet veel nieuws en ik heb mezelf moeten dwingen het op televisie te blijven volgen; reeds na een kwartiertje had ik zin er de brui aan te geven. Schaarse hoogtepunten die mij wisten te entertainen: het gegrimas en de smoelentrekkerij van Bush (wanneer Kerry aan het woord was) – ook wel de ‘Faces of Frustration’ volgens de Democraten, en de hilarische neiging van vooral Kerry om de moderator telkens bij de voornaam te betrekken in de repliek – op een bepaald moment dacht ik de stem van Bones McCoy – ‘He’s dead, Jim!’ te horen.

Volgende week debat 2, een gemodereerde Q&A sessie met een publiek, en daarna het laatste debat, over binnenlandse politiek.
Een beter idee wat mij betreft zou zijn een dubbel vraaggesprek met de kandidaten te organizeren, waarbij Bush door een journalist/polemist van ‘liberal’ strekking (Bill Maher bijvoorbeeld) zou worden verhoord, en Kerry door eentje van ‘conservative’ zijde (pick one). In principe zou de journalist veel hardere vragen kunnen stellen, en zal de kandidaat niet voortdurend kunnen terugvallen op een uitgeschreven spreekbeurt, maar het moeten doen met dossierkennis en argumenten.


Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License.
Overname van foto's en teksten toegestaan mits bronvermelding.